Balkonliefde
Jouw mond heeft vier vleugels, en je neus is verheven,
als adelaar, in het zwerk van je ogen.
Pruilend, gnuivend, razend, stamp je een vrouw uit je heup.
En je twijfelt, en je aarzelt - is het liefde, is het angst,
begeer ik, verleid ik, ben ik mooi, val ik op,
wankel ik of dwaal ik in de ogen van het straattheater?!
Misschien, dacht ik, is het verschil te klein (ben jij al te oud, ben ik nog te jong)
maar als je zegt - het gaat over borsten -
“Lach nie, da' s raar hoor, vroeger waren die er niet”,
dan vergeet ik wat ik nu nog, maar al te goed weet:
hoe onzeker ik was, hoe angstig ik terugschrok
in mijn zelfgemaakte spiegel. Arrogant, hoogmoedig en verlegen.
(24.11.98)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

