Incuberen
Heb ik over jou gewaakt, al die tijd?
Heb je mij gevoeld, al die tijd?
Hoe ik jou koesterde, en toesprak,
toefluisterde en vergaf, vergaf, vergaf…
Hoe ik jou toedekte, en moed insprak
en altijd aan jou dacht…
Alsof ik jou droeg, alsof jij mij was -
en ik in jou geboren werd - jij in mij.
Hoe heb je geleefd dan, al die tijd,
heb je aan mij gedacht? En hoe?
Wie was je, al die tijd, en zijn we niet veranderd -
zoals gewoonlijk - hebben we gelijke tred gehouden,
elkaar bemind, niet in onszelf, maar in de dingen die ons toekwamen,
in wat wel of niet gebeurde?
Hebben we geleden, al die tijd, en waarom dan?
Ben je nu verzadigd, bevredigd, heb je nu bereikt wat je wou -
ik hoop het maar ik weet het niet.
Ik zal jou koesteren, zoals altijd.
Ik zal op jou wachten, zoals altijd -
ik ben een vrouw en daar wil ik niet bij blijven.
(19.12.98)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

