Bedbloem
Nu ligt ze in bed te huilen.
Of ligt ze in bed te mokken.
Of staart ze naar de randen van de straatverlichting.
Met dezelfde vragen, keer op keer.
Met dezelfde twijfels, opnieuw en opnieuw.
Eéndrachtig in haar haat, en ééndrachtig in haar liefde.
Verscheurd. En verlamd door zijn afwezigheid.
Of opgelucht. Want het gezelschap van de droom is verademend.
De droom heet man. En de man houdt van haar gebreken. En kust haar onvolkomenheid.
En bemint in haar alleen - de tijd, om elke vrouw te leren kennen.
De man is haar - bezit. En zij verklaart hem tot bezit.
Van dezelfde droom. Van oneindig begrip, en oneindig gevoel. Oneindige, naderende toenadering.
Het bezit is een angel in de flank van de liefde.
(01.05.05)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

