Pestilentie
In het verlangen naar een moord,
staat de branding overeind.
Van ontroering, van ongewapendheid.
Het begon bij ergernis.
Om alles wat niet haar fout is.
Het vermogen tot ontmanteling.
Maar nee. Met zuiver ontkende zelflust:
ooit geboet, en dus laten boeten.
Met schuld die haar wezen vreemd is.
Het is niet eens haar fout.
Daarmee eindigt het.
Onder de stolp van onbaatzuchtigheid.
(21.12.04)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

