Voortvarend
Want alles moet zijn zoals het is.
Maar hij wil wat moet zijn. En met opgestoken ogen,
met ingedutte oren, verlustigt hij zich, in wat niet is.
Zijn dromen brullen, zijn nachten schreeuwen.
Grote en kleine wijzer zijn scharen van een duivels oog.
Geen weerwoord, geen vernedering, geen opdoffer of tegenslag:
niets kan hem raken of naken - hij is onverstoorbaar zijn eigen god.
Aan zijn voeten ligt de neerslag van haar zwijgen.
En zijn teelballen klepperen, als klepels in een dwangbuis.
(28.11.04)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

