Abonneren, delen, bewaren

Een gedichtje voor het slapen gaan,
een gedichtje om te stelen.
En of ik dan jouw stem heb,
of ben ik ze vergeten?
Nooit heb ik jouw plaats bezet,
mijn blik is jou ontgaan.
Lief zijn moet ik, voor mezelf,
mezelf ontzien, een heel klein beetje.
En in dat open oog,
in die scheurende wanden,
geleidelijk verdampen,
duizend stemmen vangen,
ogen, blikken, lippen,
en een oogopslag, die mij beveelt.
Of hoe ik ook getwijfeld heb,
en de twijfel verried.
Hoe ik geniet van die eerste keer.
En de volgende.
Hoe ik jou vang, tussen twee teugen door,
twee adempauzes,
die mijn hoop verraden.
Verraden is een kostbaar woord.
Als het jouw lijf betreft.
En het vragende verstand,
dat jou doortrekt, en niet bevrucht.

Of wil je dichter worden,
van mij je persoonlijk voornaamwoord,
van loof, van steen, van kerker zijn,
je ketenen getrouw.
Met naast de rails,
het spoor van een tweede dood. In de weide, op het gras.
(Wat een koe stomweg begrijpt.)

En wat ik zeg,
misschien raakt het jouw kleren,
en broedt het een verleden uit,
waarvan ik wou dat het bestond.
Zoals jij de jaren overspant,
waarin ik, dichter bij mezelf,
brak,
en terug tevoorschijn scheen
in de ogen die ik nu betreed.
Je stal mijn blik,
en ik zal je kantelen,
in mijn buik
die nu de wereld is.
Of wou je dat ik eerlijk was,
moet ik er om smeken?

(07.10.96)

 

 

 

 

||||| Abonneren, delen, opslaan