•
Geen verdriet meer, en ook geen hoop.
Ik keer terug naar dit nulpunt, opnieuw,
dat zich verplaatst naar onbekende ogen.
(Ik leer kijken, want kijken is het grootste feest.)
Je wás dit nulpunt, deze korte extase
die haar einder niet betrad.
En ik neem afscheid, opnieuw,
van jou, nog voor ik jou kende.
En of het dan de moeite waard was,
deze hartstocht, dit schrijnend vuur,
deze schaduwrijke flakkering,
waarin ik meende jouw glans te vermijden.
Heb ik dan iets uitgestraald?
Vergeef mij mijn verbeelding,
ze verleidt mijn kostbaarste bezit.
Maar ik word niet beroofd,
ik begraaf de schat die mij eigen is.
Zeg niet dat ik het niet gewild heb.
Ook daar waar mijn woorden zich niet verschuilden,
spraken mijn zinnen,
vergat ik de taal die ik dacht.
Ach, je hebt mij gewond,
en of ik dan herstel, ik weet het niet.
De verbijstering, de verstarring, de verwondering:
we lopen uit elkaar
en vergeten elkaar: er is niets gebeurd.
En of ik jou nog terugzie,
je zal een vreemde zijn,
een vrouw die ik nooit gekend heb,
een verlangen dat ik niet bemeesterde
maar opwond tot de pijn ontbrak.
Maar ik wil ze, jouw liefde. Ik wil ze,
dat troosteloos gebaar.
Onrustig, zelfverzekerd.
De stap van jouw tedere schreden.
(16.10.96)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

