Abonneren, delen, bewaren

Of ik poëzie schrijf, vraag je dan,
nee, zeg ik, bedrempeld,
nee, ik weet het niet - ja, denk ik, zelfzeker,
veel te trots om mezelf te verbuigen.
Ja maar, zeg je dan, het heeft toch een vorm,
het moet toch een vorm hebben,
en ik kijk jou aan, zeg niets meer
- ik kijk nu heel beteuterd -
een vorm, ja, misschien, dacht ik toen, dat zal wel,
het kan mij niet schelen.
Begrijp je dat?
Dat het mij eigenlijk niet kan schelen?
En toen, dat we toen over iets anders praatten,
niet minder interessant,
maar even vluchtig,
en op het ritme van een geslaagd gesprek.
Je hebt magere benen, zei je toen,
en ik toonde jou mijn kuiten, trots,
zelfzeker, eindelijk verbogen.
Maar het was te laat.
En die poëzie, die bespaarde ik jou,
die hou ik voor mezelf.
Begrijp je? (Dat niemand het begrijpt, bedoel ik.
Dat dit geen gedicht is.)
Dat ik van je hou.

Want langzaam word ik ingelopen
door de taal van je gebaren.
En of ik dan nog vruchtbaar ben,
nog vers te kneden vlees?
Hoe ik voor jou mijn duim uitzuig,
op de balken van mijn haat.
Hoe ik jou triest en dreigend aankijk,
belust op jouw vertrouwen,
en de wenken van je stem.
Hoe ik jou benader, met wankelende vormen,
de grafsteen van mijn taal.
En hoe ik op jou afstap,
glimlachend, tevreden,
een aap in een fles zonder opschrift.
Hoe ik wil dat je mij stuk slaat,
en laat schreeuwen om de vorm
die - is dat zo? - ook jouw zinnen gekanteld heeft.
Nee, ik zal niet rusten.
Geen liefde gaat dieper
dan de hoop die mij verlamt.
Deze liefde schenkt mij geen houvast,
maar fluistert mij vertrouwen in,
een onverhoopt geluk.

(11.10.96)

 

 

 

 

||||| Abonneren, delen, opslaan