•
Woorden tekort,
geen einde te bedenken,
voor dit oponthoud,
deze machteloze verrukking,
dit ontwakend veelvoud aan gedachten.
Als je mij keer op keer te binnen schiet,
misprijst met je afwezigheid,
doordrenkt met je zwevende charme.
Verlangen is een beetje breken,
de wereld ontginnen met een ander verhaal.
Dat wreed is en scherven snijdt,
waar de wil niet gaat,
het hart niet plooit,
de tijd zijn gestalte vergeet.
Hoe alle grenzen muren worden,
alle benen loopgraven,
mijn hart de getuige van een moord.
Die ik niet voltrek
die ik uitstel,
want ik hou zo van je schaduw,
de liefde die jou schiep in een uitgerekt gebaar,
je lichaam dat zich uitplooit, uitrolt, uitstrekt:
ik ben jaloers.
Maar ik wil jou bewaren,
jou niet bevatten, jou niet aantasten:
jou verlaten zoals je bent
in de tijd die jou omringt.
En rond jou draaien, mee met de tijd,
waar hij ons drijft, waar hij ons brengt.
In die spiraal, waar ik leef,
in dat verband, waar ik mijn woorden vind,
de wereld verraden
in de schim van dit kleine verlangen.
Hoe onschuldig, beleefd als een ondeugd,
hoe gelukkig ik ben,
als je nu weer door mijn lichaam trekt,
als zinderend orgasme, dat mij uitlachte en opving.
Maar komen doe ik niet,-
ik wacht, en span mijn woorden uit,
als koorden van de tijd
die de toekomst nieuwsgierig bepotelen.
“Je bent toch nieuwsgierig”, zei je,
en je bedoelde de tijd, en de toekomst,
maar ik, ik bedoelde jou.
Want de wereld staat of valt,
met het weven van dit schotschrift,
het ontkennen van de woorden
die mij dragen waar ik dood ben.
Hoe ik op- en onderga, in de schoot van dit verlangen,
dit blindelings getuigenis,-
hoe ik keer op keer verrijs,
op straffe van geluk.
Want jou, jou kom ik tegen, postuum
in dit verhaal:
waar ik dichtklap in jouw ogen
breekt de taal mijn lichaam open.
En ik, ik ben gelukkig, zielsgelukkig.
(25.10.96)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

