Kelders van vergetelheid
Zal ik jou volgen of nu al verlaten?
Want in mij woont de vloek van het Boek, en het Boek is de beurs van mijn handen.
Op steile kusten torent het slot, de dreigende burcht vermaant mij.
Als de weg zichzelf verscheurt, en mij tot bengel maakt, rillend van angst, die hengelt naar jouw blik.
Jij die (kersvers) de sleep draagt, van twee, oude, walgelijke wijven, op hun koets met gouden karaatsvering.
Op slag word ik wakker, bakker van jouw dromen - ik volg jou.
Windstil trappelend, hijgend, op de tegels van het Boek, in de nasleep van jouw stap.
Het Boek zal mij overal volgen.
(22.10.02)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

