Abonneren, delen, bewaren

Verzet

Nu leef ik ver van mijn huid.
Nu hou ik de wereld op afstand.
En elke mens moet wijken.
Voor mijn verstand, koelbloedig.
Mijn wil, hardvochtig, dwars.
Mijn haat loopt over van woede:
ik graaf mij in, in de polders
van verknochtheid aan geweld.
Tegen mezelf, tegen de aandrift
van een dag, tegen de wetten
van gave en vrijheid.  Maar wie
heeft deze wetten gegrondvest?
Wie heeft ze geschonden, eerst
gemuilkorfd, dan gedumpt?
Ik moet de wereld die ik wil
verzinnen.  Liefde moet ik zaaien.
Want niemand werft in mij de akker.
Niemand oogst mijn moed.
Ik moet verder, alleen.
En niet meer weigerachtig.
Want weigeren is voeden.
Leven laten, bloeddruk sparen.
Ik wil leven. Leven delen.
Horigheid vermijden.  Ophopen:
de kracht, het verlangen, de lach.
Loslaten:  de inborst, de kroon.
Gun mij de tijd voor trage, diepe,
integere vormen van afscheid.

(15.04.03)

 

 

 

 

||||| Abonneren, delen, opslaan