“Volbracht”
En ook al lig ik naast jou: zonder nacht ben ik weerloos.
Dit bed dat mij uitstaart, en jij die slaapt, verweesd en veilig.
Dit is wakker liggen, en begrijpen dat dromen niet volstaat.
Dit is hardop zwijgen in mezelf, en tot vervelens toe herhalen:
dat we zwemmen in andere talen, spreken met andere lijven.
Hoe doe je dat, niet eens verlangen, versmelten met jezelf,
in een bed vol kinderdromen, in een glorieuze toekomst?
Hoe doe je dat, mijn huid verlaten en ongenadig heet zijn,
zonder mij te willen, zonder wild te worden, ruimte?
Begrijp ik dan te veel, als je verklamt van angst, of paniek?
Ben ik dan vertrouwd, maar niet genoeg, met de macht
van zwervende bevelen? Deze liefde is alweer te vreemd.
Ze gaat voorbij aan dit moment, waarop je niet meer wacht.
Ik ben alweer te klein, voor wie je bent, voor alles wat je gewoon bent.
Want ik bereik niet meer, wat later zal vertalen: mijn liefde,
onze vrijheid. Mijn radicale keuze voor wat ons nu ontsnapt.
(06.04.03)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

