Abonneren, delen, bewaren

Ik ken jou niet.
Ik heb jou nooit gezien.
Maar ik ben een verwante.

Mijn stilte is een erewoord,
dat jou ontsiert, dat jouw graf schond,
nog voor het bestond, nog voor het mij raakte.

Jouw gezicht is wat ik steeds weer zie.
Ik kijk met jouw gezicht:
een filter, een netwerk, een wijze van vervormen.

Ik hoor in de dingen jouw stem.
Ik verlaat in de dingen jouw aard:
muziek, en hoe ze mij bereikt, enkel in haar climax.

De liefde, en waar ze ontbreekt.
Ook ik verzon elk woord, elk niet verzonnen lied,
elke niet bestaande gedachte:  gestolen.  Uit een tijd die zich niet laat benaderen.