•
We worden vervolgd door dezelfde schijn:
van liefde die niet tot zijn einde komt.
De liefde wordt belangrijk als ze meest heeft ontbroken.
Weet je dat ik liefst naar het applaus luister?
Het publiek is altijd beter. Het applaus is altijd luider.
Alleen dan loont het de moeite. Waarom dan?
De dood kent geen gezicht. Jouw gezicht is kaalgevreten.
Je bent herkend: in afschuw, in verschrikking.
De vraag kent zijn antwoord dat jij niet kent.
En wij horen enkel de vraag: “What will you say if you see my face?”
Jouw gezicht is zelfs niet bezig te ontstaan.
