•
De verachting voor het leven.
De haveloze strijd tussen man en vrouw.
Verblinding, tussen continent en natie.
Tussen volk, en gemeenschap.
De voorwaarden zijn er, maar ze blijven: onvervuld.
De dood is er, maar niet als teken.
En het leven ontstaat. Maar enkel als teken.
Van een al te vroege, gewisse dood.
Jouw ongewisse, totaal onbenullige, totaal
onverwachte dood. Bestemd tot herhaling,
eindeloze herhaling. Die onherhaalbaar is,
onherroepelijk blijft: je bent dood, je wordt herhaald.
En de verblinding van de nacht, die mij bekeert,
tot bezinning. Op jouw ongewisse dood.
Op de dood die ik ontvlucht. Kan dat dan,
dat hij in mij zit? Dat hij mij vervolgt? Van binnenuit?
