•
Ook de tederheid heeft mij niet ontzien.
Ze wekte mij, maar te vroeg.
Ze streelde mij, maar te laat.
Het sleutelwoord ‘wurging’.
Alleen zo bezoekt mij de dood:
in de vorm van een spier rond mijn hals.
Een wurgende leegte - masserend. Anoniem
en onafwendbaar, drijvend in verstikking.
Mijn geboorte verliep ‘voorbeeldig’.
Mijn dromen verkennen de ‘waarheid’.
Aan geboorte geen gebrek.
Aan adem slechts. En een recht postuur:
een mens ontloopt zijn gestalte:
gekromd, nog voor hij sterft,
gebogen, nog voor hij te oud is.
"Hou je rug recht”, zeggen ze dan.
Op die bevende vlakte, van woedende handen,
versta ik slechts: mijn vergaan, mijn vergrijzen.
Ontmand, maar vervrouwelijkt: ‘vrouw zijn’ is ‘in’:
eens te meer de leugen van een dieper miskend genot.
