Abonneren, delen, bewaren

Het vervolg laat zich raden.
Het vervolg luidt - in de zwakste zin:  herinnering.
Plaats, gebeuren, toekomst:  opluchting.
Opluchting, genadeloze opluchting.

Eens te meer, als het spoor van een schim.
Schimmen die mij niet verlaten:
vader, moeder, grootmoeder.
Hun figuren, hun ziedende adem.

Ze hielden van mij - ik heb het niet verdiend.
Ze kenden slechts zichzelf.  En ik,
ik bleef een vreemde:  niet gekoesterd,
niet bemind, enkel voor de schijn gestreeld.

Hun schijn, en de liefde die ze nodig hadden.
Dat verhaaltje staat mij te wachten.
Steeds weer, het verlaat mij niet:
het wacht mij op, drukt mij neer.  Verlamt mij.

Waarom blijft ‘waarheid’ zo hardnekkig?
Waarom zoekt de leugen geen passender vorm?
Want ooit moet alles gezegd.
Ooit moet alles herleven

In de afstand tot de dood:  die in mij is.
Die mij vervolgt, die mij verlamt.
Het klemwoord ‘thuis’.
Het klemwoord ‘liefde’.