Abonneren, delen, bewaren

De prostitutie wenkt.  De enige traditie
van louter overlevering, louter geweld.
En in dat geweld:  de vrolijkheid.
De uitdaging, de minachting.  Het ‘wezen’.

Mijn moeder wordt gek van het woord alleen.
Ik word gek van haar alleen.
Ze begrijpt het goed:   prostitutie is het einde. Het failliet.
Van haar leugens; haar ‘waarde’; haar moederschap.

En ik, in het verdriet:  ze begrijpt het goed -
ze is zo ontroerend naïef, zo het kleine meisje van altijd.
Mijn moeder is nooit groot geworden.
En ik, door mij groot te houden:  de prothese van haar angsten.

Ik heb mijn moeder voorbeeldig bedrogen:
door altijd mezelf te blijven.
En niet toe te geven:  aan de verleiding.
In de schuld, in de schaamte, zijn we stevig aan elkaar geklonken.

Op zijn best heet dit ‘ontroering’.