•
Mijn vader - hij blijft afwezig.
Mijn moeder staat waar hij moest staan.
En toch: of afwezigheid niet meer aanwezig is?
Of hij zich niet terugtrekt, als hij overal zichzelf ziet?
Ik heb me voorbeeldig aangepast.
Ten koste van: gezondheid.
Ten koste van: genot.
Ten koste van: zelfstandigheid.
En nu: móét ik ‘gezond’ zijn.
Móét ik ‘genieten’.
Móét ik ‘op eigen benen staan’.
Begin maar.
