Bestaanstoorn
Mijn woede is een machtig meesterwerk.
Een duister, drachtig surrogaat.
De leeuw, getemd, die brult.
Het kind, dat slaapt, gesust.
Voorbeeldig bedrogen,
bedacht met bittere tranen.
Altijd gedaan wat moest,
nooit geweest wat kon.
Mijn strijd is bitter gestreden.
Verlies als troef,
het lot van de tiende man.
Die fluit, blijft fluiten, fluitgewijs.
Wat moet begrepen worden,
is:
martelende pijn.
Want zonder begrip schiet de pijn zichzelf te buiten.
En wat dan?
Keert de morgen nog terug?
Vindt mijn oog nog tranen?
Mijn bed is de slaap die mij troost.
Met troosteloze ogen, met machteloze vuisten.
Het weerwerk van de god is blind.
Het heilige is dood.
De mens is nooit geboren.
En ik, ik ben de mens.
(08.07.96)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

