Dienstbetoon
Nee, je bent nooit maagd geweest.
Ik kan je niet geloven.
En ook al is het waar,
je hebt me toch bedrogen.
Je lichaam is lui, en afwezig,
en gericht op mijn genot -
dat niet wil komen,
want ik richt mij naar jou.
Ja, je bent mijn richtsnoer.
De hoopvolle, rijzige lust
waaraan ik mij verhang,
waarnaar ik opkijk,
om te zien wat mij ontbreekt.
En zo heb ik naast jou
mijn zinnen gebroken,
Want als je dan dierf komen,
waar de taal jou in de steek laat,
waar jouw lichaam van geluk spreekt -
dan verlaat ik jou,
en blijf ik weerloos achter.
“Geniet dan toch”, zeg je,
terwijl ik langs mijn penis schreep,
en de streep een uur verleg
naar de volgende gemiste adem.
Ach, het spijt me zo,
hier waar ik sta, zonder woorden.
Met de pijn in mijn hart
om ons niet gedeeld genot.
Ach, het spijt mij,
waar je ook bent, en met wie.
Als je maagd was, in volle overtuiging,
en met steigerend genot.
Als je klaarkwam, en niet aarzelde,
waar ik met schrik genoot.
Ach, ook ik heb jou bedrogen,
maar je wil mij niet geloven.
(30.07.96)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

