Gekraakt
Het verrukkelijke tranen van de schande in mijn schedel.
Het nooit voltooid gevecht van de weetgrage afwezigheid.
Het nooit bedruipend zeer, van de nooit voltooide pijn.
Zie hier, zie daar, mijn leven in een notendop.
De hersens smaken bitter, en zijn liefdevol gespleten.
‘A la recherche du temps perdu’.
Ik ben levend voor mijn gal bezweken.
En hoe bitterzoet is de smaak van verraad.
Ik moet mezelf ontbieden, elk jaar verrukt ontstropen,
tot ik de aap vind, die mij blind en teder ‘zoon’ noemde,
een titel zonder toekomst. Hoe voltooi ik mijn verbazing,
het vertederende kraken van mijn neergehouwen stem?
(10.07.96)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

