Abonneren, delen, bewaren

Haveloos

Arm en zondig was ik dan, van deze wereld.
Altijd onschuldig en verweesd,
een doorn in het oog van het dode geheim.

Want alleen omdat ik zichtbaar ben, moet ik mij verbergen.
Ik leef waar niemand leeft. Ik sterf waar niemand sterft.
Het spel is één groot feest, dat verder draait,

als reuzenrad, als spin met duizend ogen.
In een web dat mij verstrikt.
Labyrint zonder zon, lucht zonder doolhof.

Altijd hoop ik jou te zien, zoals je bent,
tot ik schrik, en niet meer vlucht, en jou laat zijn,
zoals je bent, zonder mij, zonder ons.

Want ik leef met open deuren in een hemel zonder aarde,
op braakliggend terrein.  Waarom heb je de zon verplaatst,
verschuif je mijn hart naar mijn hoofd?

En bovenal:  voor wie is dit gedicht geschreven?
Want ik leef zoals ik leef, omdat ik onverborgen ben:
tussen dag en nacht gespannen, tussen leven en dood -

aarzelende angst, die niet wil springen
en verdrinkt, in de stilstaande beweging.
De vreugde zou wel eens te groot kunnen zijn.

En de opgelopen pijn.  Wegens blijmoedige gezichten.

(14.07.96)

 

 

 

 

||||| Abonneren, delen, opslaan