Om de muren van op te lopen
De avonden zijn lang. En de bomen blijven triest.
De bomen zijn geveld, en wachten zonder wortels.
Wie heeft mij onteerd? Wie heeft mij verruild
voor een pop die niet kan denken, een hart dat niet kan slaan?
Per ongeluk verwisseld, denk ik dan, voor een pacemaker,
bij voorbaat besteld, met geen woorden te betalen, en geld is niet belangrijk.
Ik wacht erop - mijn kunstmatige aders, mijn kunstnier en mijn tweede lever,
mijn slokdarm van plastiek en mijn afgezette benen -
dan hoef ik niet te slikken of te schrikken, niet te beven of te leven,
niet te lopen of te wachten op een tweede beter leven -
dan wordt alles terug voor mij gedaan, van geen techniek hersteld.
Zo word ik levenslang bedrogen, in hart en ziel vernield,
en nog voor ik ben geboren, op pensioen gesteld,
met een mond zonder tanden, met een huis zonder gasten,
met enkel kale muren en een mooi versierd plafond,
dat mij elke dag, met nog meer liefde, nog meer trouw verwarmt.
(22.07.96)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

