Overnachten
In de woest begeerde stilte van de schadelijke nacht,
verstrooi ik mijn gedachten, vergooi ik mijn gemoed.
Zonder ijver, zonder dralen, met al mijn billen bloot.
De nacht vergaat, verstikt, de weerzin van mijn maag.
Ondanks de stilte, het grote geheim,
in stiekem beraad, een heilig vertoog,
verdaag ik mijn schuld, verlaat ik mijn stem.
Om harder te schreeuwen, de tijd met verstomming te slaan.
Vaarwel, verbloemde morgen,
schoorvoetend trappelende dageraad.
Mijn geheim sterft in mijn graf.
En alle zoden tronen mee, op weg naar de verdoemenis.
Hieruit ontstaat de blauwe lucht.
En wederrechtelijke wraak.
De nacht kent heilige woorden.
En ik, een angstige pen.
(05.07.96)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

