Tussen Scylla en Charybdis
Jaren worden ogen, die verdrogen, die verschijnen,
die verpulveren tot as, die opstuift voor ze was.
Je ‘leeft'. En vergeet. En vergeet mij.
Waar ik jou getoond heb: mijn pijn.
Waar ik jou getoond heb: mijn angst.
En op veilige afstand zag jij hoe je was.
Nu je afstormt op jouw toekomst.
Maar je vergeet de vorm van je huid.
En je huid zal jou verraden.
Geen woord is mij nog waard.
Ik heb afgedaan, ik word gemeden.
Ik word omwille van jezelf ontlopen.
Het verraad wordt hoog gedragen, met een glimlach,
met driftige sier, met oevervolle complimentjes.
En God zag dat het goed was.
Terwijl alle goeie ouwe goden in de kast staan,
om elkaar verdringen, om door het sleutelgat,
een glimp te zien, van de eerste traan.
Zonder gaat niet, met nog veel minder.
(09.07.96)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

