Voor schut
Buiten de tijd,
en zonder liefde,
lieven wij elkaar,
liever dood dan levend.
Ik lig hier,
met open handen,
met knikkende knieën,
ik wacht op de daver van jouw lijf.
Zachter dan omwonden,
en zonder tijd bedrogen:
ik kneed je huid,
en knijp je ademsporen dichter.
Overmand door mijn verlangens,
verleid door jouw vertrouwen:
grote woorden vervangen grote daden.
Geen treurnis trekt mij aan.
Want in je wagenwijde ogen,
pluk ik tranen met de ogen van een trein.
In de opgeloste einder, tuimel ik opnieuw,
jouw ongekuiste schoot, jouw onverwerkt verleden binnen.
De verleiding van de taal bevrijdt mij van mijn ergernis.
Maar nooit zal ik bezwijken voor de veldslag in je buik,
de schril gesmoorde kinderkreet, het doodgebloed misnoegen.
(03.06.96)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

