Assepoester
Al mijn kleuren moet ik verbergen.
Al mijn verdiensten gaan vreemd.
Ik ben de schaduw van mezelf, het lot van een verborgen droom.
Alleen alleen word ik betrouwbaar,
in quarantaine, als handlanger van geestdrift.
Wat werkelijk is, ontbreekt aan mezelf.
Ik ben chaos, veredelde oerdrift.
Ik besta, omdat bestaan niet langer mogelijk is:
louter idee. En daarom leef ik niet.
Wat leeft, dat wil ik laten.
Dat laat mij, dat leeft in mij. En ik,
leef op. Ik doordring de dingen, en de dingen zijn mij.
Wat tot mij doordringt, heeft de geur van een muiltje.
(18.08.02)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

