Bericht aan de bevolking
We hadden elkaar veilig ingelopen. We hadden elkaar veilig
bedacht, op eenvoudige verschillen tussen man en vrouw.
Mannelijke kantjes en verwantschap, vrouwelijke trekjes
en bekwaamheid. We zijn zeer langzaam, en uiterst precies
opgebotst, tegen eenvoudige verlangens, van gewoonweg daar.
We lagen daar, gewoonweg verstrengeld in de ruimte,
sprakeloos beticht van geluk. En dan zwollen wij op,
tot draken. De wereld verging, de angst sloeg op ons in:
als pluimpjes. We stonden machteloos geveld, in een zwangere
vlakte van bomen, als verlaten kinderen, tegenover elkaar.
Wie gaf dan de eerste kus? Wie liet dan de aarde beven?
Met getrokken messen en geheven hoofden, lieten wij elkaar
gewoonweg staan. Hand in hand pellen wij die dagen af,
fluisterend, en met verschroeide verlangens, waakzaam.
Wie geeft ons de ruimte? Waar komt het gevecht vandaan?
(13.07.02)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

