Cabaret
Ik maak geen muziek. Ik speel geen theater.
Ik heb meestal rode oogjes. En mijn stem is nogal droog.
Ik ben eerder mager, en nog altijd een beetje slungelachtig.
Ik heb moeite met rekenen, vooral uit mijn hoofd.
En met functioneren, vooral in tijden van vermoedelijke broeikaseffecten,
ten gevolge van vermoedelijke ozongaten, ten gevolge van vermoedelijke spuitbussen en vermoedelijke diepvriezers.
Ik word wel eens scheef bekeken, en ik ben soms nogal onhandig.
Ik kan onherkenbaar kwaad worden, of beginnen lachen, zonder noemenswaardige reden.
Ik ben wel eens gelukkig, en dan slaat dat - meestal - nergens op, dat geluk.
Soms lijk ik zelf wel nergens op - zo onhoorbaar is mijn hijgen,
zo klein de omvang van mijn borstkas. En toch kijk ik op met ontzag:
naar de Dingen, naar Mezelf, naar de Grote Wereld.
Ik rijm niet, maar las woorden aan elkaar, die Hut worden, Gehucht, Stad of Continent.
Ik verzin en verdraag werelden, die heel langzaam in mij ontstaan,
en lucht krijgen, van hun Geboorte, van hun Dood, van hun kortstondig Oneindig Verblijf.
Ik prevel en stotter, ik buig voor de zinloosheid van pijn.
En de pijn krijgt de schijn van een onvolwassen lied.
Een onvoltooid gebaar, met staande ovaties - in de stilte.
(28.07.02)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

