Door de tijd
Het geluk wordt mij te machtig.
Mijn vel is te klein voor mijn bloed.
Nu je in mij opbloeit,
mij vanbinnenuit bezet.
De ontroering is geladen:
krakende bolster in première.
De veren staan gespannen:
zeulende vorsten van genot.
Ik ben klaar, ik wacht, ik lijd.
Ik trotseer, ik beklem, ik herstel.
Moedeloos kalft de verveling af.
Machtig buldert de seconde.
(13.07.02)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

