Halte Terminus
Pijn is de arm van mijn geluk.
Dagelijks weiger ik.
En vluchten kan niet meer.
De roes wordt sleur.
Het genot wordt bedrog.
Het gelummel wordt pijn in mijn hoofd.
Mijn leven is een vouwdoos:
steeds weer ontplooid, en steeds weer het schouwspel:
van ontbrekende inhoud.
Ik zet mezelf in elkaar als paalwoning.
Ik ben angst voor angst die angst wordt. Of angst.
Ik word maanlandschap, en krater, vuurlinie van opgezette vlinders.
Ik word ziende blind, en horende doof.
Ik ben stokstijf geschouderd,
de trekker van pal staande branie.
Het gebrek aan omarming is dodelijk.
Jouw hand, is even welkom als olie op heet vuur.
Ik verslind mij.
(25.07.02)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

