Herinnering
Nu leeft ze nog steeds als een lijk.
Hij is nieuwsgierig, en of.
Zijn vingers betasten dode huid.
Koud, en verdriet dat hem bekruipt.
Dat gezicht zal nooit meer veranderen.
Die ogen zullen nooit meer dichtgaan.
Dat lijk ligt opgebaard, in hem.
Hij, is dat lijk.
Van haar volle, vurige ogen.
Van haar blanke, verslindende boezem.
Van de benen die verdwaalden,
in dezelfde, vunzige aarde.
(30.08.02)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

