Koest
Hou maar gewoon je mond, want elke zin die je verdient, loopt averij op:
in de schuine blikken, de loensende ogen, de goedbedoelde, zwijgende verstandhouding.
Doe gewoon alsof je lacht, want in de trekken die je niet verbergt, schuilt onbegrip, en angst,
en die roepen angst op, en onbegrip, en zielige verhalen, in de kokers van hun opgevulde leegte.
Geef gewoon een hand, en zeg “Hallo”, om niet te verstenen waar je bij staat,
post te vatten, als lakei, in de geborduurde kastelen van het tapijt.
Blijf maar zitten, jong, stil, zonder te bewegen, doe geen moeite -
vooral niet óm te bewegen - want het valt op: dat je nu al de minnaar bent van een archeologe.
Dat je nu al je tijd verspeelt, aan opgravingen:
op zoek naar foto’s die ontbreken, in een album dat verdween.
Blijf maar zwijgen, jong, liefst als een graf, want als jij niet knielt voor de doden,
dan vinden ze je kist wel uit, de duur betaalde consecratie, van jouw tot as verstoven leven.
Doe maar gewoon, dan val je op, omdat je net niet bent zoals hen.
(09.08.02)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

