Later, als ik klein was
Wat ik me herinner: woede. Wat ik me herinner, is: haat.
En woede en haat begaan vredig geluk, in de kerker van mijn hoogmoed.
Geen mens die ik benader, want daar lacht zuster Haat,
daar wuift broeder Woede - abt en abdes van een uitgedund klooster.
Van deze eredienst valt geen heil meer te verwachten.
Maar hij voltrekt zich, in mijn kletterend bloed,
in mijn botsende klieren, in mijn hobbelig vel.
Mijn lichaam heeft onthouden wat mijn brein niet wou vergeten.
Meer herinner ik mij niet. Ik herinner mij haat.
Ik herinner mij woede. En haat en woede is alles wat ik ken.
(07.09.02)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

