Onderwijzend personeel
Als het buiten regent, of zoals af en toe gebruikelijk, stormt, en onze fiere kater Floortje, met zijn witte vetkuif,
en de stoere kussentjes op zijn ruige poten, verkeert in een staat van onbespeurbaarheid, dan schiet mijn moeder in paniek.
In haar angstige ogen en welopgevoed brein, is geen plaats voor katten in de regen.
Dan moeten ze gered worden, uit de klauwen van haar chronische zin voor catastrofes,
door mijn vader bij voorbeeld, die daar dan hartelijk om moet lachen.
Maar mijn moeder is plots zelf onvindbaar - zo opvallend zijn haar kreten, zo verwilderd haar gebaren.
Soms schiet ze wakker ’s nachts, als katten buiten de liefde, bedrijven of verjagen,
dan denkt ze dat haar kater wordt verkracht, door andere katers,
die - niet ontoevallig - meer verstand hebben, van dat kater zijn.
Soms, als de paniek is uitgeklaard, en Floortje bevindt zich binnen de omtrek van haar bebrilde horizon,
hongerig of voldaan, maar in elk geval onweerstaanbaar, want mijn moeder pakt hem dan,
om hem kost wat kost te strelen, zeer tegen zijn zin en een flauwe troost voor zijn gemeubileerd comfort.
Dan spartelt Floortje blazend tegen.
Soms, zelfs zonder te blazen, onhoorbaar zuchtend achter zijn scheve oren.
En bij andere vreemden dan ikzelf, schiet hij schichtig weg, in paniek als het ware, en met een aangeleerd gevoel voor catastrofes.
Van Floortje heb ik veel geleerd.
(04.08.02)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

