Over de relatieve gedenkwaardigheid van litteraire eindproducten
Oef: gelukkig is dit geen oeuvre.
Oef: gelukkig is dit geen gedicht.
Gelukkig ben ik ongelukkig.
Of af en toe gelukkig, oef.
Gelukkig blijf ik schrijven.
En gedichten zijn de maden van de visser.
Stel u voor: ik hang aan een haak,
in de wetenschap der vissen,
op een filantropisch eiland?!
Gelukkig ben ik daarvoor te verlegen.
(11.10.02)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

