Verborgen geschiedenis
En altijd weer, bevat haar bekken meer dan wat mijn lid bezat.
Vrouwen zijn ruim, en bevatten verhalen, zonder adres,
zonder opschrift. Zonder keurmerk, in hun druipende baarden.
Aarzelend vervullen wij de droom. En driftig bevolken wij de stal.
Onder het gareel, niet gebukt maar wel in de draf, van hun juk:
van pijn, van afwezigheid, van offerende vaardigheid.
Altijd weer stokken de banden, lopen de benen vooruit op hun kramp.
De kramp bevriest de wolk in hun heupen, en man als ik ben, blijf ik vreemd:
aan hun verlangen, hun genot. Het verhaal dat zelfs ontsnapt aan hun dagboek.
Ze neemt mij langzaam in zich op. Haar blik verdwaalt,
volkomen naast mij. Ze is gezegend. Want pijn zegt meer dan mijn lid,
dat pijn omvat. Elke vrouw heeft mij met pijn bejegend. Ik, gejat.
(27.08.02)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

