Versiertoer
“Als een man jou overvalt met zijn verlangens, en ongevraagd aan de zoom van je BH zit,
of met fluitende vingers aan de kom van je kont: is dat voor jou dan een aanfluiting van je wezen?”
Ze keek mij licht verbijsterd aan.
“Ga je dan mee, zodat ik omzichtiger te werk kan gaan, uit de wind van zoveel begerige ogen -
die ongetwijfeld hetzelfde denken, maar niet doen, maar dat is nu niet aan de orde,
want mijn handen spelen met de trommels van hun blik.”
Inderdaad, ze viel hysterisch lachend op de grond.
“Zal ik jou naar buiten dragen, licht beschonken en schommelend, van geluk wel te verstaan,
omdat ik jou verbijster, en laat lachen, in het fiere bezit van deze schamele toespraak,
die slechts zal gelden voor een nacht of twee, en misschien een vaag ontbijt.”
Ze lag nu aan mijn voeten, bewusteloos.
Ik ging dan maar naar buiten.
(20.09.02)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

