'Apocalyps'
De lucht wordt grauwer.
De aarde is ontstemd.
Hier lopen geen mensen, slechts dazen.
Verdwaasd dolen zij rond.
Zoals de aarde in zijn emmer blijft als ze wordt rondgezwaaid.
Maar de zwaartekracht ontbreekt.
Opnieuw van zenuwbaan gewisseld moet ik mijn tijd verdoen met schrijven.
Alsof de herfst alleen bestaat in de bloeitijd van mijn leven.
Geef mij een pil om te vergeten en - o, prijs mij gelukkig -
ik zal eindelijk, vergeten, dat ik ooit vergat.
Want nu is mijn geheugen de beulskap van een groot talent.
Nu wacht ik op het eindsein van een grenzeloos presente tijd.
En draai ik rond dit uur alsof mijn tijd vergaan is.
“Zelfs de top van mijn verbeelding raakt mijn lichaam niet.”
Ik word opnieuw begraven, in de kerkers van mijn geest, de erkers van mijn queeste.
Altijd omtrent mezelf misleid, steeds hardnekkig opgevoed: ik bedrieg mezelf voorbeeldig.
(28.10.95)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2010)

