Erfelijkheid
Wie zijt gij?
Verdwaasd. Verdwaald.
De dwaas van het vierde verdiep.
In uw hoofd ontbreekt het fundament.
In uw hoofd zijn de palen verschoven.
Het is verdwazing die uw lof regeert.
En het zijn stemmen die uw stem vervreemden.
Alsof gij in een ton woont, versteend met verzuild zout.
Gij vaart op vreemde zeeën, de aarde is u vreemd.
Gij hebt mij ontluisd, gebroken met uw korenzang.
Het brood dat in uw aders woont, is gerezen zonder gist,
van louter water dronken, van louter lucht ontstemd.
In u schiet de zon met licht, in u vergaat het licht als ijzer.
En met duistere gedichten, met een vrome uitlaatklep,
vergeet gij uw geschiedenis, de kroon op uw verlangen.
Ik sta in het droge, ik ben door u vergeten.
Want al wat ik onthoud, is olie op oud ijzer, is traan van gulden snede.
En gij, wie zijt gij? Hoe kan ik u vergeten?
(22.06.95)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2010)

