Gruwelijk
Hoe kan ik van jou houden?
Louter je lippen, louter je kut.
Ik wou dat ik jou breken kon,
jou kon scheiden van je dromen,
Hoe ver ben je, hoe ver weg?
Ik zou willen dat je opfleurt,
herstelt van je verzuilde zinnen.
Ik zou willen dat je wakker wordt.
Maar groen van genot, dronken van wellust,
vergeet je je geluk, als het nacht wordt,
als het dag wordt. Loutere eenzaamheid,
die je lachend, lijdend, voor je kind vergeeft.
Het is een offer dat je brengt voor de goden die ontbreken.
En niemand die jou ontziet. Niemand die jou vergeet,
ook al wordt je nooit bezocht. En in de stilte die je deelt,
vergaat je kind van woede, langzaam stervende, hysterische woede.
En in de stilte die je deelt: wie leert jou spreken?
De bittere wonden vergeten? Als ik kon,
ik liet jou wachten, schooien om de woorden,
die, ook al is het mogelijk, jou opnieuw laten gebeuren.
(29.08.95)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

