Transparant
Moet ik twijfelen? Moet ik aarzelen? Moet ik jou ontzien?
Ik heb jou ontmoet als zuiver, volgzaam vlees.
Ik heb jou ontmoet als zuivere, blakende gedachte.
Je was een schim van open warmte, een zuiver, opgelost lichaam.
Ik heb mij jou herinnerd als het lichaam dat mij beter dan mezelf begreep.
En toen, toen was je donder, en open vraag, en gorgelend verlangen.
Je was de adem die zich rond mij wond,
als tastbare arm, verband, gespalkte evenknie, gezalfd.
Heel even heb ik jou gekend, heel even,
en toen ben je verdwenen, omdat ik jou verwijderde.
Wie ben je, en ben je wie ik denk? Nu ik jou ontloop,
jou uit mezelf ontduik, als klokhuis, als goudader, als levensloop.
Wie ben je, en ben je wie je was? Je ontdubbelt jezelf
in zuivere gave, zuivere aandacht, angstige bewondering
die je verbergt. Maar ken je jezelf? Verberg je jezelf?
Wie ben je, en hoe kan ik jou bereiken, zonder jou te schaden?
(29.08.95)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

