Hard en strak
Ik val op jou. En loeihard zwaait mijn noodlot.
Je bezit mij in mijn diepste drang.
Naar harde snokken, diep, in jouw kont.
Ik wil jou hard en diep bezitten.
Jouw kont benaderen als kroonkurk.
Ik wil jouw draaikolk zijn, jouw hemelsluis.
Krawietelen en koeren, tussen gij en geil vergaar ik:
jouw zilverzwart gevlaste, korenzachtste aster.
Jouw kont is de koan van mijn melkweg.
(23.01.02)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

