Einder
Alle meisjes zitten op de kermis.
De grote loterij. Van de blik, van de look.
Alle jongens liggen op het strand.
De grote toonbank. Van de borst, van de tent.
Man en vrouw schiep Hij hen.
Moegekeken, uitgekeken.
Zij klommen uit elkanders broek.
En bouwden aan een boot, een huis.
Het zicht is verrukkelijk.
In hun hart is het stil - zo bang.
Er wordt gewerkt, gezweet, gewroet.
Bijna bereikt het oor de stem.
En dan verheft Hij zich.
Als man en vrouw. Kade van de kosmos.
Het woord dat buldert.
Het is gelukt.
(16.07.07)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

