Ontvlambaar
Liefste, of zo wil ik in jou duiken, opnieuw.
Jou opnieuw veroveren, en binnensmonds versleuren.
Mezelf boven water rillen, in jouw warmte, en mezelf
toeplooien, als een bloem die terug in haar knop kruipt.
Dan wil ik uitbarsten, opnieuw, elke ondermaanse struik
besnuffelen. Jouw proviand zijn in een molen van verbazing.
Dat staat jou te wachten, even maar, heel even,
als ik bezwijk, even maar, heel even, voor mijn zwakheid.
Het smachten en snakken naar de bundeling van alle geluk
dat ons terloops bij elkaar heeft geschraapt. Liefde is
een koppige stier, een nukkige ezel, een warse os.
Even maar, heel even, en ik zou bezwijken, voor jouw
onvolmaaktheid, jouw ronkende wimpers, jouw bloeiende wikke.
Even maar, heel even, maar ik volhard in mijn moordende boosheid -
het gedachtenstreepje tussen mij en mijn verlangen.
Tussen punt en lijn droogt jouw staart mij uit.
(16.06.09)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

