Toebehoren
Kijk, en wacht niet, luister.
Als je hart dan toch aan mij verpand is.
Als ik de pachter ben van nog ongeboren kinderen.
Als jouw ogen hun licht afronden aan de monding van mijn botten.
Als ik jouw hoop ben, en jouw schrik, en de dwarsbalk van alle variaties daartussen.
Als ik de kloppende splinter ben, in jouw ritselend fornuis, in jouw ratelende slotgracht.
Als ik in jou ontsta, zoals de horizon aan de rand van de weg (met het voordeel van de zon).
Als wij voor elkaar het alfabet opnieuw polijsten, en onze woordenschat vergaren, met de letters van ons lijf.
Als dat allemaal waar is.
Wel, kijk dan.
Hoe ik versmelt met de man die in brokken uiteenlag, verpulverd, vermorzeld, als een bekogelde krater.
Wil mij niet bijeenrapen, maar begrijpen dat ik vlugger dan de wind, sneller dan het licht,
uit alle hoeken van de kamer (met het voordeel van de wereld), tot mezelf wordt aangetrokken,
opnieuw wordt ingebonden, met het diploma van de club der verminkten, met de macht van verweerde hiaten.
O, en de angst dat snel niet snel genoeg is.
En desondanks glunderen.
Helemaal van jou.
(10.01.07)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

