Oerpijn
In bed bij mama, en in bed bij papa.
Heel de wereld als wit tapijt, dat gloeit van tederheid, van thuis, van genesteld zijn.
En dan alleen, daar in dat bed, ontroostbaar.
Heel de wereld als muur van planken, kerker van hout.
Twee deuren maar, van het paradijs, naar de nacht.
Langs de badkamer, tussen naakte, almachtige lijven.
Ik, nietig, een druppel op blinkende spiegels.
Heel mijn leven, als onaantastbaar sleutelgat.
(20.07.07)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

