Schijn en zijn
Ik aarzel - mijn pen, mijn leven, mezelf ter hand nemen,
en daarin oprichten - de bevolking die ik ben.
Ik aarzel - de leegte, de angst, de intensiteit.
Ik aarzel: dezelfde sporen uitkeren, opnieuw.
Of daarin uitbreken, en brood worden, brood breken.
Groep worden, en groter, land, of water, brug.
Mezelf opnieuw laten toekomen, en niet meer in de gaten
van een spiegel, maar in ogen van herkenning.
Mezelf delen, in alles waarin ik mezelf overtref,
van cel tot mysterie, en ver voorbij woorden.
Ik aarzel - zoveel woorden, of misschien maar enkele.
Om toch te spreken, waar taal niet baat, of aan de rand
van wat verstaanbaar is, zelfs niet aanwijsbaar,
misschien voelbaar, misschien aanvaardbaar.
Bij manier van spreken. Zoveel aarzeling -
voor iets wat absoluut zeker is: de pijn van extase.
(19.01.10)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

