Terug naar thuis
Pa, je kan gerust zijn.
Ik hoef mij niet meer te ergeren.
Ik zie nu hoe bang je bent.
Ik zie nu hoe klein je bent.
En hoe gek je bent - ergens, en op de vlucht daarvoor.
Het is niet erg. (Of niet meer erg voor mij.)
Het kan geen kwaad. (Of het kwade is geschied - voorbij ,
en helaas maar ook gelukkig - verleden tijd.)
Tijd die mij - langer dan gewild - heeft ingepalmd.
Verblind door jouw angsten, verblind door jouw gekheid.
Wat weet nu een kind, van bange, gekke ouders?
Verdwalend in zichzelf - op de dool.
Klein, en klein gehouden. Bang, en gek.
En bang genoeg, om voor jou lachwekkend te zijn.
En gek genoeg, om je normaal te wanen.
Maar beide gek, en - soms, onprettig - gestoord.
Het kan geen kwaad (meer). Het is voorbij.
Ik ben mezelf voorbijgesprongen. Nu jij nog, pa.
Het hoeft niet. Jou zien zoals je bent - dat alleen al, doet deugd.
En maakt mij radeloos. Van verdriet, van opluchting.
Een spiegel is pas af als hij breekt.
(19.07.09)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

